Luchtonderzoek & verspreidingsberekeningen

Bij een aanvraag omgevingsvergunning dient, indien van toepassing, informatie met betrekking tot luchtemissies te worden opgenomen. Dit kan zijn:

  • Afdeling 2.3 Activiteitenbesluit
  • Wet luchtkwaliteit
  • Geurmetingen en -berekeningen

Afdeling 2.3 Activiteitenbesluit

Per 1 januari 2016 is voor lucht de Nederlandse Emissierichtlijn Lucht (NeR) in het Activiteitenbesluit (afdeling 2.3) geïmplementeerd. Het doel van afdeling 2.3 Activiteitenbesluit is het verminderen van luchtverontreiniging als gevolg van industriële activiteiten. Afdeling 2.3 Activiteitenbesluit geeft algemene eisen aan emissieconcentraties en uitzonderingsbepalingen voor specifieke activiteiten of bedrijfstakken. Daarnaast staat beschreven welke technieken toegepast kunnen of moeten worden op basis van BBT.

Het Activiteitenbesluit (Afdeling 2.3) regelt ook de emissie en minimalisatie van ZZS naar de lucht. ZZS is niet nieuw, maar de wijze van regulering is wel veranderd. Voorheen waren de voorschriften uit de omgevingsvergunning bepalend, nu zij dat de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Deze voorschriften zijn rechtstreeks van toepassing. Op deze manier komt er meer bewijslast bij de bedrijven te liggen. Als uw bedrijf de emissie van ZZS-stoffen niet in de omgevingsvergunning heeft geregeld zal er een melding Activiteitenbesluit ingediend moeten worden. Bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning geldt deze aanvraag als melding Activiteitenbesluit.

Wet Luchtkwaliteit

De kern van titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bestaat uit luchtkwaliteitseisen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Voor lood is toetsing in de Nederlandse situatie niet relevant, omdat de achtergrondconcentratie en emissies van lood dusdanig laag zijn dat de norm ruim gehaald wordt. De concentraties van stikstofdioxide en fijn stof zijn in de Nederlandse situatie het meest kritisch.

Eventueel fijn stof (PM2,5 en PM10) bij uw bedrijf is afkomstig door de verkeersaantrekkende beweging en mogelijk het intern transport. Daarnaast komt hierbij stikstofoxide (NOx) vrij. Ook kan het zijn dat bij activiteiten en/of processen fijn stof vrijkomt. De Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl) stelt eisen aan de manier waarop de concentraties van fijn stof (PM2,5 en PM10) in de buitenlucht worden bepaald.

Reijngoud Milieu kan voor uw situatie berekenen of aan de gestelde grenswaarden voor fijnstof en stikstofoxiden wordt voldaan. Daarnaast worden deze gegevens ook gebruikt voor de voortoets natuur (Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)).

Geurmetingen en -berekeningen

Er is geen specifieke wet- en regelgeving voor vergunningplichtige inrichtingen (type C inrichtingen) op het gebied van geur. Wel is het geurbeleid in grote lijnen vastgelegd. Voor vergunningplichtige bedrijven is er dus enkel geurbeleid op hoofdlijnen.

Reijngoud Milieu kan de emissies berekenen (vaak worden hier kengetallen voor gebruikt), waarna vervolgens de immissieconcentraties worden berekend. Daarna wordt de geurbelasting getoetst aan het geurbeleid. Aan het geurbeleid wordt door bevoegde gezagen vaak zelf lokaal invulling gegeven.

Het aanvaardbare hinderniveau wordt door het bevoegd gezag bepaald. Dit wordt in de omgevingsvergunning vastgelegd in de vorm van een maximale geurbelasting, een maximale geuremissie dan wel te nemen maatregelen.

Neem contact op

Niet leesbaar? Verander tekst. captcha txt