Externe veiligheid

Risicovolle activiteiten zoals de opslag, productie en verwerking van gevaarlijke stoffen zijn van invloed op het leefmilieu van de mensen die in de omgeving van deze activiteiten wonen of werken. Dit wordt externe veiligheid genoemd. In het kader van externe veiligheid werken wij nauw samen met onze collega’s van Reijngoud Veiligheid.

Externe veiligheid is in veel omgevingsvergunningen een belangrijk aspect. Het is de taak van de overheid om burgers te beschermen tegen de risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Dit probeert men door bijvoorbeeld voldoende afstand te creëren tussen risicovolle inrichtingen en woonwijken. De voorschriften worden vaak vastgelegd in de omgevingsvergunning.

De regels met betrekking tot externe veiligheid zijn in diverse wetten en regelingen vastgelegd. Onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bij behorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Maar ook de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS).

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Sinds 28 oktober 2004 is de BEVI (Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) in werking getreden. Indien u gevaarlijke stoffen produceert, verwerkt en/of opslaat dan is de kans groot dat het Bevi voor u van toepassing is. Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig hebben of verwerken, onder andere:

  • BRZO bedrijven,
  • LPG-tankstations,
  • Op- en overslagplaatsen gevaarlijke stoffen (PGS),
  • Ammoniakkoelinstallaties en spoorwegemplacementen.

Dit betekent dat het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) in kaart moeten worden gebracht met behulp van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA). In een aantal gevallen worden hiervoor de vaste afstanden uit het Revi aangehouden. Indien een berekening moet worden uitgevoerd, voeren onze collega’s van Reijngoud Veiligheid deze uit met het voorgeschreven programma Safeti-NL.

Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS)

Voor de opslag van gevaarlijke stoffen staan richtlijnen beschreven in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Het bevoegd gezag maakt van een aantal PGS richtlijnen gebruik in de omgevingsvergunning. Voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen is de PGS 15 van toepassing. Voor de opslag van (brandbare) vloeistoffen in opslagtanks kan de PGS 29, PGS 30 of PGS 31 relevant zijn.

Zowel Reijngoud Veiligheid B.V. als ook Reijngoud Milieu B.V. adviseren u graag als het gaat om de opslag van gevaarlijke stoffen. Hierbij zoeken wij, gezamenlijk met u, naar de best mogelijk haalbare praktische oplossingen waarbij maximaal invulling gegeven wordt aan het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable). Zowel op gebied van veiligheid, milieu als ook technisch en economisch.

Besluit risico zware ongevallen (BRZO)

In Nederland zijn ongeveer 400 BRZO bedrijven gevestigd. Een BRZO bedrijf moet voldoen aan de Europese SEVESO III richtlijn. Deze richtlijn is in Nederland vertaald naar het BRZO 2015 en het RRZO 2015

In het kader van het BRZO 2015 dient een bedrijf aan verschillende verplichtingen te voldoen. Afhankelijk van het type bedrijf kan het bevoegd gezag de volgende stukken eisen:

  • een kwantitatieve risicoanalyse (QRA)
  • een milieu risicoanalyse (MRA)
  • een veiligheidsbeheerssysteem (VBS)
  • een Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO)
  • een Veiligheidsrapport (VR)

Onze collega’s van Reijngoud Veiligheid zijn specialist op het gebied van externe veiligheid en BRZO. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar de website van Reijngoud Veiligheid.

Neem contact op

Niet leesbaar? Verander tekst. captcha txt