ZZS (Zeer Zorgwekkende Stoffen) en afvalstoffen

In zijn algemeenheid Richt het ZZS beleid zich op het voorkomen of beperken van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de leefomgeving. De aanpak van ZZS emissies van bedrijven bestaat uit minimalisatie door bronaanpak en reductiemaatregelen en een continu proces om te kijken of dit beter kan. Maar hoe zit dit nu als er ZZS in afvalstoffen zitten die bij een afvalverwerker (kunnen) worden aangeboden?

Hoofdstuk B.14 van het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) besteedt aandacht aan zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in afvalstoffen en de (on)mogelijkheden die dat biedt voor het nuttig toepassen van afvalstoffen. Immers ook hier geldt dat zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de leefomgeving moeten worden voorkomen of beperkt. Juist de afvalsector is een zeer belangrijke (eind)schakel voor het zoveel als mogelijk weren van ZZS in het leefmilieu.

In principe dient een verwerker die (potentieel) ZZS stoffen houdende afvalstoffen aanneemt zich er van op de hoogte te stellen van de “typering van de ZZS houdende afvalstroom” en hoeveelheid aan ZZS in de afvalstof. Indien de concentratie van ZZS een grenswaarde van 0,1% (g/g) overschrijdt dient een zogenaamde risicobeoordeling te worden uitgevoerd. Wel dient te worden opgemerkt dat voor een klein aantal ZZS Specifieke (lagere, 0,001% – 0,01%) concentratiegrenswaarden zijn vastgesteld waarboven een risicobeoordeling dient te worden uitgevoerd. Zie ook onderstaande figuur.

ZZS in afvalstoffen

Er is een handreiking opgesteld welke omschrijft hoe het aspect ‘risicobeoordeling ZZS’ uit het LAP vormgegeven zou kunnen worden. Het voorstel van de handreiking is zowel opgesteld voor bedrijven die afvalstoffen met ZZS (willen) verwerken, als voor het bevoegd gezag om de beoogde verwerking te beoordelen.

In principe wordt gesteld dat (in navolgende volgorde):

  1. indien de ZZS op een haalbare wijze (technisch/economisch) kan worden verwijderd, dan dient dit ook te gebeuren alvorens het weer als product op de markt te brengen;
  2. indien de ZZS niet op een haalbare wijze kan worden verwijderd, dan dient een afweging te worden gemaakt op basis van:
    1. Toetsen aan grenswaarden
    2. Mate van “gebondenheid” van de ZZS in het product (gehele levenscyclus?)
    3. Blijft het materiaal in beeld zodat ZZS later vernietigd of afgescheiden kunnen worden

Indien er sprake is van een “acceptabel risico” dan kan de beoogde toepassing van het product verkregen uit de verwerking van afvalstoffen worden goedgekeurd. In geval van onacceptabele risico’s dan zal op basis van handelingen van definitieve verwijdering de ZZS uit het leefmilieu moeten worden “verwijderd”.

In de praktijk zal dit gaan betekenen dat de “informatievergaring rondom aanwezigheid van ZZS” en de “risicobeoordeling ZZS” een belangrijk onderdeel gaat worden in het AV-beleid en AO&IC van een (gevaarlijke) afvalstoffen verwerkend bedrijf. Met name voor de afvalverwerkende bedrijven welke uiteindelijk de afvalstoffen geschikt maken voor hergebruik als een product moet er een “product” ontstaan zonder ZZS of een product dat voldoet aan de vereisten uit de REACH en POP verordening.

Neemt niet weg dat verwerkers die geen “eindproducten” maken geen verantwoordelijkheid hebben in de keten. Ook deze bedrijven dienen rekening te houden met de aanwezigheid van ZZS. De “informatievergaring rondom aanwezigheid van ZZS” is hiervoor net zo belangrijk. De ZZS mogen als gevolg van menghandelingen e.d. niet worden “weggemengd” waardoor er sprake kan zijn van een diffuse verspreiding van ZZS. Ook dient men een volgende verwerker in de keten op de hoogte te (kunnen) stellen van aanwezigheid van ZZS.

Bij de verwerking van waterige ZZS houdende afvalstoffen bestaat er een grote kans dat er ZZS geloosd worden. Vanwege de grote gevaren van ZZS is het wenselijk dat deze stoffen niet worden geloosd. Bij de beoordeling van afvalwaterlozingen dat vrijkomt van de verwerking van ZZS houdende stoffen wordt een aanpak gevolgd die is gericht op Bronaanpak of minimalisatie van de lozingen van ZZS. Op basis van een ABM-toets wordt een saneringsinspanning bepaald. Voor ZZS  geldt in beginsel dat voor de verontreiniging door deze stoffen moet worden gestreefd naar een nullozing. Indien een nullozing niet haalbaar zou zijn (technisch/economisch) dan is het volgende streven minimalisatie van de lozingen van ZZS. Minimalisatie vindt plaats via het emissiespoor waarbij emissiebeperking wordt bepaald door technische ontwikkelingen van BAT (voortschrijdende stand der techniek). Het toetsingskader BAT en de immissietoets op basis van de milieukwaliteitsnorm (MKN) wordt hierbij toegepast.

Wilt u meer informatie of heeft u vragen over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met onze specialist Ron Klaassen (e-mail: Ron@reijngoudafval.nl of telefoon: 040 – 289 56 46).

 

Andere nieuwsberichten
Neem contact op

Niet leesbaar? Verander tekst. captcha txt